Hier geen galerie, geen museum: de berg zelf wordt de tentoonstellingsruimte. Het pad slingert zich tussen het kreupelhout en de open plekken, en bij een bocht in het pad duikt er plotseling, zonder enige waarschuwing, een kunstwerk op, genesteld tussen twee lariksen, gevlochten rond een boomstam of hangend in het avondlicht. Elk kunstwerk is zo ontworpen dat het in dialoog treedt met zijn omgeving in plaats van zich eraan op te dringen: hout, ijzerdraad en hars gaan hand in hand met schors, mos en de wind. Blootgesteld aan de weersomstandigheden en het ritme van de seizoenen leven deze kunstwerken mee en veranderen ze samen met het landschap dat hen herbergt: dichter begroeid in de zomer of bedekt met een laagje sneeuw in de winter, wanneer het pad met sneeuwschoenen wordt bewandeld.
De uitnodiging is eenvoudig: vertraag je pas, kijk omhoog en laat je blik op een andere manier rusten op de bergkammen van Belledonne. Een wandeling wordt dan een zintuiglijke ervaring, waarbij de kunst bij elke stap verdiend moet worden en elke bezoeker met zijn eigen ervaring naar huis gaat.





















